|
GESCHIEDENIS VAN ONZE RASSEN Om de geschiedenis van een ras te achterhalen duikt men in oude geschriften en overleveringen in de hoop juiste gegevens te vinden. Veelal tast men over de oorsprong in het duister. Zo doen ook over onze rassen in de negentiende eeuw vele verhalen de ronde. Hierdoor is het onmogelijk volledig te zijn. Ik zal proberen U het een en ander te vertellen op een hopelijk goed te lezen manier van wat het meest waarschijnlijk is bij onze rassen, zonder jaartallen te noemen, want men weet niet of die betrouwbaar zijn. 
De cochinkriel zou uit de keizerlijke tuinen in Peking stammen. Engelse soldaten zouden de „gele“ kipjes meegbracht hebben als oorlogsbuit. Buiten de buffkleur hadden ze met onze huidige dieren niet veel gemeen. Zo zouden ze deels naaktbenig geweest zijn, gedeeltelijk vijftenig en geen gele pootkleur hebben gehad. Eenmaal in Engeland, en vandaar uit naar Amerika en de andere europese landen, gingen de ontwikkelingen min of meer uit elkaar. De Engelsen fokten op kleinheid en voetbevedering. Hieruit ontwikkelde zich de Pekin. Een zeer klein dwerghoen met vaak fraaie voetbevedering, maar dat het type van de huidige Cochinkriel mist. De Amerikanen ontwikkelden de echte verenbal. Een enorme verdermassa die het huidige type deed vormen. Op het Europese continent, voornamelijk in Nederland en Duitsland, werd begonnen met kleine Engelse dieren. Hier werd ook getracht een vederbal te creeren, maar slechts herhaalde importen uit U.S.A. gaven de echte doorbraak.

Vooral in Duitsland hebben ze dieren met de haast perfekte balvorm. In Nederland zitten de dieren vaak tussen het Engelse en Duitse type in (Zie artikelen van H.Timmer van de laatste jaren). In Duitsland is men er in geslaagd in vele kleurslagen zo’n overweldigende zadel- respectievelijk kussenbevedering op de dieren te fokken dat halsbehang en kussen een perfekt in elkaar overlopende ruglijn vormen. Door dit overtollige gevederte snoeren de vleugels de staart niet in. Dit zien we bij vele dieren in Nederland nog wel. Over het ontstaan van vele kleurslagen weten we niet veel. Voor de hand ligt dat andere oorspronkelijke dwergrassen hierbij geholpen hebben. Zo kan het zijn dat bijvoorbeeld een kleurslag ontstaan is bij twee verschillende fokkers, die ontafhankelijk van elkaar andere rassen inkruisten. Komen nu, vele jaren later, deze lijnen door toeval bij elkaar, dan kan het zijn dat je voor aangename, maar ook zeer onaangename verrassingen komt te staan. Dit is dan te danken aan de totaal verschillende voorouders der dieren. Nadat wit, zwart en buff er reeds waren zijn in nederland verschillende kleurslagen ontstaan. Meerzomig patrijs, zwartbont, blauwbont, geelberken, koekoek , blauw, parelgrijs en de laatste kleurslag is okerwitgepareld. Sommige uit toevalskruisingen; andere door selektieve kruisingen. Alle columbiavarianten, de porceleinkleurigen, de zilverpatrijs, alle tarwe varianten en de geel- en parelgrijskoekoek zijn ontstaan in Duitsland. In Denemarken en Duitsland ontstonden de koekoekpatrijzen.

De grote Cochin heeft zijn wortels in de regio waar nu Laos, Cambodja en Vietnam gelegen zijn. Redelijk betrouwbaar schijnt de informatie dat de eerste dieren naar Engeland kwamen als levende proviant voor zeelui die handel dreven in dat deel van de wereld. De twee broers Sturgeon kregen de eerste dieren in buff, cimanon en patrijskleurig. Een van de broers ging verder met de buff dieren en een vriend van hem met de patrijskleurigen. Ook hier hadden de eerste dieren, behalve hun enorme grootte, niet veel gemeen met de Cochins van vandaag. Sommigen waren naakbenig, anderen hadden lichte beenbevedering. Ook bezaten velen verschillende kammen. De Cochin werd enkelkammig gefokt. Er wordt beweerd dat de anderskammigen aan de wieg stonden van de huidige Brahma’s. Nadat de ware „cochinmanie“ wat nagelaten had begonnen de echte fokkers de huidige Cochin te ontwikkelen. Over het ontstaan van de verschillende kleurslagen is zo goed als niets bekend. In Nederland is in ieder geval de koekoek kleur ontstaan in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. In Duitsland werd de zwartbonte kleurslag voor het eerst gefokt. In Belgie maakte een van onze leden daaruit ook blauwbont. In Amerika ziet men dieren in columbia, zilver- en goudgezoomd en geelberken. In Engeland en Belgie komt geelkoekoek voor en jaren geleden berichtte ons lid Jef Paris reeds van zalmkleurige dieren in Zweden. Voor beide rassen geldt dat zij de tot dan toe onbekende buffkleur naar hier brachten. Alle andere rassen in de buffkleur voeren dus Cochinbloed in hun aderen. Tot zover een stukje geschiedenis van onze rassen. Ik hoop dat we bij de nieuwe kleurslagen die er nog gefokt zullen worden een beter gedokumenteerd stuk geschiedenis kunnen schrijven. Dan misschien met jaartallen en hun fokkers met naam en toenaam. November 2005, Ardjan Warnshuis.
|