Cochinkriel

OVER DE COCHINKRIEL.

ALLES OVER DE COCHINKRIEL.

Lees hier alles over de Cochin en haar kenmerken. 

De Cochinkriel is de kleinere variant van de grote Cochin, hoewel dit ook niet helemaal waar is. De Cochin en Cochinkriel moeten eigenlijk gezien worden als twee aparte rassen. Dit komt omdat beide enkele essentiële verschillen hebben in hun oorsprong en historie.

De Cochinkriel lijkt een vederbal op bevederde poten. Dit komt door de lage bouw, bevederde poten en door de overvloedige bevedering. Ook de staart is typerend, namelijk een zachte ronde bol. De Cochinkriel is makkelijk te houden door hun rustige karakter. 

De eerste Cochinkrielen die naar Europa kwamen waren net zoals bij de grote Cochins dieren die naar Engeland gingen. Deze dieren hadden de kleurslag buffdie tot dan toe eigenlijk niet in Europa voorkwam. De Cochinkrielen hadden toen nog niet zoveel gemeen met de huidige dieren. De dieren haddendeels geen voetbevedering, geen gele poten en sommige Cochinkrielen hadden zelfs vijf tenen. Bij deze dieren waren vermoedelijk ook zwarte Cochinkrielen.

Men probeerde deze dieren raszuiver te fokken maar omdat de vitaliteit de wensen overliet besloot men om andere rassen in te kruisen in de toenmalige Cochinkriel. Vanuit Engeland werden de Pekin-krielen (zoals ze eerst genoemde werden terecht in Amerika en Duitsland. Daar begonnen de gefokte exemplaren meer te lijken op de grote Cochin. Dat is de Cochinkriel zoals we deze tot op de dag van vandaag kennen. 

Het uiterlijk van de Cochinkriel wordt sterk bepaald door de volheid der bevedering en de licht gedoken houding van de dieren. De ideale Cochin heeft haar lichaam zo dat het even breed, lang en hoog is. Men moet het dier vanuit alle kanten gezien in een cirkel kunnen plaatsen. Dit is dan ook de reden dat de Cochinkriel vaak als een vederbal wordt gezien. 

Bij ideale dieren bevindtfet hoogste punt van de kam zich op gelijk hoogte van de staart. Hiervoor dient de staart dan wel goed gedragen te worden en moet de Cochinkriel in de borst een kleine neiging naar voren tonen. De diep gedragen borst vormt bij de hanen nog wel eens een probleem. Zij staan dan te opgericht. 

De overvolle bevedering moet overigens breed zijn. Het verenpak van een Cochinkriel bestaat uit tweederde dons en eenderde veeraandeel. Het verenpak moet mooie brede veren bevatten zodat het dons niet onder de normale veren te zien zal zijn. De dieren hebben een vrij brede pootstand en staan niet op hun poten maar hangen er min en meer tussen. 

Dit zorgt voor voldoende breedte aan de bouw van de Cochinkriel en de gedoken houding. Ook de poten zijn rijkbevederd en tonen geen giervalken (zeer rechte veren vanuit het dijbeen richting de grond). Alle veerpartijen waaronder de staart dienen mooi rond afgerond te zijn. De vleugels van de Cochinkriel moeten strak aangetrokken worden en brede veren bevatten. 

De dieren hebben een korte en vrij brede schedel met daarop een enkelvoudig relatief klein kammetje met vier op vijf kastranden. De oogkleur van de Cochinkriel is oranje-rood. 

De Cochin is in de volgende kleuren erkent in Nederland. 

  • Berken
  • Blauw
  • Blauw-witgepareld
  • Bobtail
  • Buff
  • Buff-zwartcolumbia
  • Geelkoekoek
  • Meerzomig patrijs
  • Parelgrijs
  • Parelgrijs koekoek
  • Patrijs
  • Porselein
  • Tarwe
  • Wit
  • Wit-zwartcolumbia
  • Zwart
  • Zwart-witgepareld